Find the latest bookmaker offers available across all uk gambling sites Bets.Zone Use our complete list of trusted and reputable operators to see at a glance the best casino, poker, sport and bingo bonuses available online.

FAQ

De Europese Society for Clinical Nutrition and Metabolism (ESPEN) definieert malnutrie (met ondervoeding als synoniem) als volgt: “A state resulting from lack of intake or uptake of nutrition that leads to altered body composition (decreased fat free mass) and body cell mass leading to diminished physical and mental function and impaired clinical outcome from disease” “ Malnutrition can result from starvation, disease or advanced ageing (e.g.>80 years), alone or in combination” (Cederhom et al., 2016).   Bij ondervoeding is er dus sprake van een verminderde inname of opname van nutriënten wat leidt tot een veranderde lichaamssamenstelling (afname vetvrije massa = spiermassa) en lichaamscelmassa met als gevolg een verminderd fysisch en mentaal functioneren en minder goede klinische resultaten bij ziekte.   Sinds 2016 heeft een internationale groep van artsen, diëtisten en voedingswetenschappers vanuit the European Society for Clinical Nutrition and Metabolism (ESPEN), the American Society for Parenteral and Enteral Nutrition (ASPEN), the Latin American Federation for Parenteral and Enteral Nutrition (FELANPE) en the Parenteral and Enteral Nutrition Society of Asia (PENSA) gewerkt aan de nieuwe consensus voor de diagnose van ondervoeding. In 2018 zijn deze wereldwijde consensuscriteria gepubliceerd voor het stellen van de diagnose ondervoeding bij volwassenen en dus ook ouderen. De diagnose ondervoeding wordt gesteld in 2 stappen. In stap 1 wordt gescreend op ondervoeding via een gevalideerd instrument (bijvoorbeeld SNAQ, MUST, SNAQ65+, MNA). Wanneer de uitkomst van de screening aangeeft dat iemand een verhoogd risico op ondervoeding heeft, wordt doorgegaan naar stap 2. In stap 2 wordt vastgesteld of sprake is van ondervoeding aan de hand van kenmerkende (fenotypische) criteria en oorzakelijke (etiologische) criteria (tabel 1 en 2). De diagnose ondervoeding wordt gesteld als sprake is van ten minste één kenmerkend criterium EN ten minste één oorzakelijk criterium. Vervolgens wordt bepaald of iemand matig of ernstig ondervoed is (tabel 3). Tabel 1. Kenmerkende criteria ondervoeding Tabel 2. Oorzakelijke criteria ondervoeding Tabel 3. Criteria ernstige ondervoeding Bronnen: Cederholm T, Barazzoni R, Austin P, Ballmer P, Biolo G, Compher C, Correia I, Bischoff S, Higashiguchi T, Holst M, Jensen G, Malone A, Muscaritoli M, Nyulasi I, Pirlich M, Rothenberg E, Schindler K, Schneider S, de van der Schueren M,Sieber C, Valentini L SP. (2016) Definitions and terminology of clinical nutrition: an ESPEN Consensus Statement. Clinical Nutrition. Cederholm T. et al. (2018) GLIM criteria fort he diagnosis of malnutrition – A consensus report from the global clinical nutrition community. Clinical Nutrition xxx, 1e9. Stuurgroep ondervoeding: https://www.stuurgroepondervoeding.nl/toolkits/wat-is-ondervoeding, geraadpleegd op 30 januari 2018
Accordion Sample Description

In de praktijk zijn er vaak geen diëtisten werkzaam in woonzorgcentra. Indien er al een diëtiste tewerkgesteld is, wordt zij vaak ingezet binnen het grootkeukengebeuren. Hierdoor ontbreekt de tijd om de effectieve voedingsnoden van de residenten in kaart te brengen. Er worden wel maaltijden voorzien, maar niemand controleert de werkelijke voedingsinname van de residenten.

Het niet aanwerven van een diëtist(e) heeft hoofdzakelijk een financiële oorzaak. De financiering van personeel voor de WZC wordt bepaald aan de hand van de score (O, A, B of C) die bewoners halen op de “Katz-schaal”. Hoe groter de hulpbehoevendheid, hoe meer personeel wordt voorzien. Voorbeeld: voor residenten met een B – of C-profiel (zwaarste scores, grootste hulpbehoevendheid) in rust- en verzorgingstehuizen (RVT’s) wordt per 30 bedden naast een aantal verpleegkundigen en verzorgden, 1 fulltime kinesist, ergotherapeut of logopedist gefinancierd. De diëtist(e) valt echter onder de noemer “personeel voor reactivering”, waarvoor 0,5 FTE wordt voorzien per 30 bedden met een B- of C-profiel. enz.…).

De leden van het personeel voor reactivering moeten over ten minste één van de volgende bekwamingen beschikken:

– graduaat of bachelor of licentiaat of master kinesitherapie;
– graduaat of bachelor of licentiaat of master logopedie;
– graduaat of bachelor ergotherapie;
– graduaat of bachelor arbeidstherapie;
– graduaat of bachelor readaptatiewetenschappen;
– graduaat of bachelor dieetleer;
– graduaat of bachelor of licentiaat of master in de ortho-pedagogie;
– graduaat of bachelor of post-graduaat of master in de psychomotoriek;
– licentiaat of master in de psychologie;
– graduaat of bachelor psychologisch assistent en gelijkgestelden;
– graduaat of bachelor maatschappelijk assistent en gelijkgestelden;
– graduaat of bachelor in de gezinswetenschappen;
– licentiaat of master in de gerontologie;
– graduaat of bachelor opvoeder.

De directie zal in de praktijk eerder voor iemand kiezen die inzetbaar is op verschillende domeinen dan voor een diëtist(e) die zich enkel toespitst op het “voedingsbeleid”.