De lichaamslengte meten bij ouderen is vaak moeilijk omdat ze niet goed rechtop kunnen staan (ten gevolge van krachtsverlies, verlammingen, evenwichtsstoornissen, kyfose[1], wervelfracturen enz..,) of bedlegerig zijn. Bij een beperkte groep patiënten is het bepalen van de lengte wel mogelijk via de traditionele meetmethode. Het hanteren van een protocol is dan onontbeerlijk om een juiste meting te bekomen: op basis van eigen metingen en proeven, en alle voor – en nadelen in acht genomen, wordt door de  werkgroep ZNA geriatrie gekozen voor  bepaling van de lichaamslengte aan de hand van de kniehoogte als eerste alternatieve keuze. Indien ook deze bepaling onmogelijk is (amputaties, contracturen, gips, enz…) kan in tweede instantie geopteerd worden voor een lengtebepaling aan de hand van de ulnalengte , die iets minder accuraat is, maar nog steeds relevanter dan de geschatte lengte (Geurden, 2011).

Bron: Voedingsrichtlijnen geriatrie afdeling diëtiek ZNA 09/08/2016

Auteur: Mireille Boonen 2019
Meer info? mireille.boone@zna.be

Was this answer helpful ? Yes / No