De eerste stap in de ondersteuning van de voedingstoestand van de ondervoede bejaarde is het optimaliseren van de basisvoeding. De diëtist zal rekening houden met de voorkeuren en gewoonten, maar ook qua presentatie, aanbieding en toedieningsmodaliteiten.

Als met de gewone voeding de behandeldoelen met name voldoende inname aan eiwitten, energie en micronutriënten niet gehaald kunnen worden , zal het aanbieden van bijvoeding de eerstvolgende stap zijn.

Na het opstarten van ONS is er voldoende opvolging en advies van een diëtiste nodig. Bijvoeding geven zonder resultaat te evalueren heeft geen zin!

De algemene stelregel voor de inzet van dieetvoeding voor medisch gebruik (drinkvoeding, sondevoeding, parenterale voeding) is als volgt:

ONS

Wanneer?

  • Ouderen met (risico op) ondervoeding en met chronische aandoeningen wanneer dieetadvies en maaltijdverrijkingen niet voldoende zijn.
  • Gehospitaliseerde ouderen met (risico op) ondervoeding:
    • personen met kauwproblemen  veroorzaakt door een slecht gebit.
    • neurologische problemen: dementie, Alzheimer, Parkinson,   CVA.
    • nood aan gemixte of vloeibare voeding.
    • combinatie van soms onsmakelijke, gemixte voeding en beperkte  eetlust en beperkte tijd om de voeding te geven. Dit leidt tot een verhoogd risico op te lage voedingsinname => verzwakking en vermagering.
  • Ouderen met (risico op) ondervoeding, na ontslag uit ziekenhuis.

Wat?

  • Wanneer ONS worden gegeven, zouden deze ten minste 400 kcal per dag en minimum 30 g eiwitten per dag moeten aanbrengen

Voor hoe lang?

  • Wanneer ONS worden opgestart, wordt het aanbevolen om dit aan te houden voor minimum 1 maand. De efficiëntie en het verwachte voordeel moet 1x per maand worden geëvalueerd.

 Belangrijk

  • Compliance moet regelmatig worden geëvalueerd. Het type, smaak, textuur en tijdstip van consumptie moeten afgestemd worden naargelang de individuele voorkeuren en mogelijkheden

SONDEVOEDING

Wanneer?

  • Bij ouderen met een redelijke prognose waarbij verwacht wordt dat de orale inname:
    • onmogelijk is voor > 3 dagen of
    • < 50% van de energiebehoeften bedraagt voor > 1 week
  • Indien er een indicatie is voor sondevoeding, wordt aanbevolen om de sondevoeding onmiddellijk op te starten.

PARENTERALE VOEDING

Parenterale voeding is geïndiceerd bij patiënten met een redelijke prognose indien de inname per os/via EN:

  • Onmogelijk is voor > 3 dagen of
  • < 50% van de energiebehoeften bedraagt voor > 1 week.

REFEEDING SYNDROOM

  • Bij oudere ondervoede patiënten moet EN of PN vroeg opgestart De toediening moet gedurende de eerste 3 dagen geleidelijk aan verhoogd worden om refeeding syndroom te vermijden.
  • De bloedwaarde van fosfaat, magnesium, kalium en thiamine moeten tijdens de eerste 3 dagen specifiek gecontroleerd worden en zelfs in geval van een matige deficiëntie gesupplementeerd worden.

HEUPFRACTUUR EN ORTOPEDISCHE CHIRURGIE

  • Post OP: aanbeveling voor ONS, ongeacht de voedingstoestand.
  • Post OP ONS + perioperatief PN: kan de nutritionele inname verhogen en het risico op complicaties verminderen.
  • Het wordt aangeraden om nutritionele interventies verder te zetten na ontslag uit het ziekenhuis.

DOORLIGWONDEN

Aanbeveling voor nutritionele interventie bij:

  • Ouderen met risico op doorligwonden ter preventie van de ontwikkeling van doorligwonden.
  • Ondervoede ouderen met reeds bestaande doorligwonden om de genezing te verbeteren

DEHYDRATATIE

De aanbevolen dagelijks hoeveelheid voor dranken is:

  • Oudere vrouwen: 1.6L/d
  • Oudere mannen: 2 L/d

Bronnen:

Raynaud-Simon et al 2011
Vandewoude M, Voedingsproblemen, in Vandewoude M, Geriatrie. Dagelijkse Praktijk, Deel1,
ESPEN guideline on clinical nutrition and hydration in geriatrics ?2018; epub ahead of print2.

Auteur: Katrien Vanhoutte 2019
Meer info? kvanhoutte@azdamiaan.be

Was this answer helpful ? Yes / No