Bij het ouder worden verliezen mensen geleidelijk spiermassa en spierkracht. In kwetsbare periodes zoals bij een ziekenhuisopname kan het plots snel gaan met sarcopenie als gevolg .  Gerichte eiwit– en beweegadviezen kunnen het tij helpen keren .

Bij sarcopenie dalen spiermassa, spierkracht en het fysiek functioneren onder kritische grenswaarden, echter bij gelijkblijvende of stijgende vetmassa  waardoor (vrijwel) geen gewichtsverlies optreedt .

Sarcopenie heeft echter een enorme impact op het dagelijkse leven en de kwaliteit van het leven. Krachtverlies resulteert in slechtere mobiliteit, moeite met aankleden, valpartijen …en kan uiteindelijk leiden tot invaliditeit en verlies van onafhankelijkheid.

Voldoende spiermassa is bovendien belangrijk om er na een ziekte of ziekenhuisopname  terug bovenop te komen. Spieren vervullen een reservefunctie: als het nodig is, breekt het lichaam de spieren af voor eiwitten en energie. De overlevingskans bij veel aandoeningen neemt toe naarmate iemand meer spiermassa heeft.

Mensen worden ook geleidelijk aan minder actief, waardoor de spiermassa dus ook geleidelijk afneemt.  Hierdoor blijft sarcopenie vaak onopgemerkt zeker als voor de afnemende spiermassa vet en bindweefsel in de plaats komt.

Duidelijk is dat ondervoeding bijdraagt  aan de ontwikkeling van sarcopenie. Minder eetlust, misselijkheid en gewichtsverlies zijn signalen om alert te zijn op sarcopenie.

Om sarcopenie tegen te gaan, is het belangrijk de spieropbouw te stimuleren. Spieren zijn opgebouwd uit eiwit, die op hun beurt bestaan uit aminozuren. Elke dag breekt het lichaam ( beschadigd) eiwit af. Bij een volwassene is dat zo’n 350 g. Dit wordt vervangen door nieuw eiwit. Voor het nieuwe eiwit wordt een deel van de aminozuren hergebruikt. Een ander deel moet uit de voeding komen. Daarbij geldt dat dierlijke eiwitten, zoals uit vlees, eieren, kaas en zuivel alle benodigde aminozuren bevatten en snel en gemakkelijk worden opgenomen. Van de meeste plantaardige eiwitten is een grotere hoeveelheid nodig voor hetzelfde resultaat .

Maar eiwit alleen is niet voldoende voor spieropbouw. Daar is ook beweging voor nodig. Vooral training met gewichten, waarbij de spieren zwaar worden belast in korte tijd , stimuleert het vastleggen van eiwit in de spieren. Kort na  een krachttraining is de behoefte aan eiwitten het grootst en worden ze ook het gemakkelijkst in spieren. Een eiwitrijke maaltijd is dan dus het meest effectief.

Op hogere leeftijd is het lichaam minder goed in staat eiwit om te zetten in spierweefsel. Daardoor hebben ouderen relatief meer eiwit nodig. Ook zijn er aandoeningen die gepaard gaan met verhoogde eiwitafbraak. Normaal wordt uitgegaan van een behoefte van 0.8 gram eiwit/ kg ideaal lichaamsgewicht /dag. Bij ouderen loopt dat op tot 1.0 tot 1.2 gram  en bij zieke ouderen zelfs tot 1.5 of 1.6 gram/kg lichaamsgewicht. Wanneer iemand dan ook nog bedlegerig is en weinig beweegt, blijft de opbouw van spieren onvoldoende om de afbraak te compenseren.

In een week tijd kan iemand een kg spieren verliezen; om dit te herwinnen is 6 maanden voedingsinterventie in combinatie met training nodig.

Bovendien is belangrijk dat  met elke hoofdmaaltijd 25 tot 30 gram eiwit ineens wordt ingenomen. Vooral bij het ontbijt is veel te winnen want over het algemeen is dat de maaltijd waarbij de ouderen het minst eiwit binnenkrijgen.

Ook vitamine D verdient aandacht want een goede vitamine D-status is belangrijk  voor de spieropbouw. Maar het advies vitamine D te slikken , wordt lang niet door alle ouderen opgevolgd. 50% van de ouderen boven de 75 jaar is deficiënt aan vitamine D .

Voor een beter diagnose kan men dan in een tweede stadium beroep doen op de handknijpkracht, loopsnelheid en het opstaan uit een stoel om de spierkracht te bepalen.

Uitdaging:

  • Hoe wordt voorzien in de hogere eiwitbehoefte, terwijl de eetlust achterblijft: 25 à 30 g per hoofdmaaltijd.

Vooral het ontbijt is de maaltijd waar ouderen het minst  eiwitten binnenkrijgen :

4 sneedjes brood met confituur en een koffie met een scheutje melk levert amper 8 g eiwit .

    • Eiwit verrijkt brood in combinatie met hartig beleg en/of een zuivelproduct is al en hele stap voorwaarts.

Ook ouderen die bij het avondmaal enkel confituur  als beleg nemen, is het aangewezen om extra eiwitten toe te voegen.

    • Een blokje kaas, yoghurt, platte kaas pudding, karnemelk(pap) , cracker met kaas, een eitje,   (verantwoordde) koek….

Weinig ouderen eten ’s middags de nodige portie vlees/vis van 100 g volledig op.

Groenten en gekookte aardappelen kunnen het tekort niet aanvullen.

Hier helpt ( eiwitverrijkte) puree . Ook de soep systematisch verrijken met eiwitten is een stap voorwaarts.

Deze maatregelen zijn doeltreffend om de eiwitbehoefte van ouderen op peil te houden.

Wanneer er echter ondervoeding en eiwittekort wordt vastgesteld , is men aangewezen op speciale eiwitverrijkte (bij) voeding. Hierbij is het belangrijk dat er gebruik gemaakt wordt van hoogwaardige ( leucine-verrijkt) wei-eiwit producten . Dit is echter zelden terug te vinden in de ingrediëntenlijst.  Enkel produkten aankopen bij betrouwbare leveranciers is dus de kunst.

Naast de gekende leveranciers voor medische bijvoedingen zijn er aldus vele voedingsleveranciers die op deze markt springen en ewitverrijkte produkten aanbieden:

    • eiwitverrijkt brood,
    • eiwitverrijkte cake,muffin, pralines
    • eiwitverrijkte fruitsap
    • eiwitverijkte yoghurt, platte kaas, pudding, roomijs….
    • Eiwtverrijkte soep, maaltijden
  • belang van samenwerking tussen diëtisten, ergotherapeuten en kinesisten.

Kinesisten en ergotherapeuten kunnen ouderen aanzetten om meer te bewegen .

Zij kunnen hen ook adviseren om na de (turn) activiteit of andere inspanning  een eiwitrijke snack te nemen.

Bron:  voeding en visie, zomer 2018

Auteur: Annelies Haek 2019
Meer info? Annelies.Haek@zorgbedrijfsakura.be

Was this answer helpful ? Yes / No